Op weg naar het Gekkenhuis Afdrukken E-mail
Geschreven door Fengo   
zaterdag, 22 september 2018 15:03

 

Ik droomde dat ik door de lucht vloog met de witte, de zwarte en de zwart-witte dame. Zij waren één, maar toch ook drie en omringden mij volledig in alle kleuren van de regenboog. Wit veranderde in rood en zwart in blauw en ik zelf werd een licht, omringd door blauwe en rode vrouwen, en als zij met mij in contact kwamen bracht dat energie in alle kleuren voort, deze heerlijke energie spoot uit mij in een oneindig nu moment. Daar ontmoete ik haar Ariel, mijn allerliefst Engel en mijn aller stoutste duivelinnetje. Samen waren wij Soholiah en de Seksfee en weldra zouden ons nog nieuwe namen worden geschonken door de Letterfee die zichzelf nog steeds niet helemaal ontsluierd had en geen Naam durfde bekennen. Het verleden was voorbij, ik herinnerde me niets meer, wie was de Naam der Namen? wie was Ariel, ik was verloren en bevond me zoals altijd op de trein, dronken en opzoek naar iets maar ik wist niet wat. Ariel had me te pakken. Ik was er niet meer. Ik zat van binnen ik bevond me in haar wereld, het rad draaide en ik stootte vooruit van beneden naar boven. Ik maakte een enorme looping. Ik werd duizelig omdat ik vooruit stormde als een sneltrein. De kermis had me te pakken, Ik zag haar en mij, we speelden met elkaar als pers verse kinderen. Verkleed als sexy narren hingen we de joker uit en schonken onze kaartjes aan het juichende publiek. Op de kaartjes stonden allerlei erotisch getinte raadsels om de mensen curieus te maken en hen te verleiden om te komen. Haha hoe dubbelzinnig gilde de Seksfee vanuit een kaartje waarop geschreven stond welkom in het theater van de letterseksfee, een groot feest voor alle geletterden die hun boekje eens te buiten willen gaan.

Verbrand je agenda en gooi weg dien woordenboek gilde het publiek wat niets met geletterden te maken wilde hebben en een hekel had aan Hoofdletters. De wilde analfabeten waren van zin dit verhaal in stukken van elkaar te scheuren, in hoofdstukken wel te zeggen. Zij besloten dus om ons te begeleiden naar het volgende hoofdstuk, de volgende akte in het grote theater van mijn beeldende krachten.

Dat het voorstellingsvermogen met jullie mogen zijn zei de Letterfee waarna het volgende deel van de voorstelling begon. Onze dwaze magiër lag nog steeds te slapen in het grote elfen bed van de Hogepriesteres. Hij droomde om wakker te worden en werd wakker om weer te gaan dromen. Hij reed met zijn trein door het leven opzoek naar het schip van zijn dromen, dronk als een kapitein en dacht dat hij de baas was, totdat Lilith, de Hogepriesteres van de nacht hem hier bracht. De dag van het oordeel is aangebroken, het oude moet sterven zodat het nieuwe geboren kan worden, lang leven de geschifte profeet, lang leven Soholiah.

Ik werd wakker en kon mijn ogen niet geloven. Ik was gekleed in een wit kleed en stond op een podium, ik moest blijkbaar iets zeggen, maar wist niet wat en toen sprak haar stem. Haar woorden wisten de mijnen en de zinnen verdwenen om mij eenzaam en alleen achter te laten met pijn in mijn hart. Ik schreeuwde het uit van het lijden en vond het heerlijk, ik liet mij volledig gaan en spuugde mijn venijn over de wereld. Ik liet mijn witte kleed vallen en smeet het in het publiek. Een grote anaconda kwam tevoorschijn, welke de Seksfee beetpakte, waarna ze op mij ging zitten en het beest weer in zijn huisje terecht kwam. “Bezeten!, hij is bezeten!”, gilden de mensen. “Nee, het is een zot”, gilde een ander. “Laat hem in vrede” zei weer iemand anders en zo ging het maar door.

Er is enkel vrede in de dood

Doch er werd Soholiah geen vrede geschonken, Soholiah lag halfdood op het podium, zijn tekst was verdwenen, de Seksfee verkrachte hem en zijn boek. Dit heerlijke boek lag open naast hem en voordat de Seksfee het doorhad ontsnapte hij wederom in haar. Hij penetreerde het verhaal met zijn venijnige anaconda en besloot om alles te wissen met zijn haat en zijn venijn. Hij zou haar neuken tot er niets meer over bleef, geen boek geen verhaal, geen vrouw enkel een zielig wezen wat naakt en dood op een podium licht, klaar om verslonden te worden door de aasgieren die hier uitermate op geilden. Zij wilden naar de gang bang, zij wilden allen naar de rode toren en naar de seksbom, zij wilden dood net als ik zodat ook zij het heerlijke niets konden leren kennen. Het niets zoog en zoog en verslond de anaconda die in dit hoofdstuk heel wat zinnen genuttigd heeft, gelukkig was de hogepriesteres er nog, ze was haar boekje te buiten gegaan maar had nog genoeg zinnen over om iedereen wederom in het originele verhaal mee te sleuren.

(De hogepriesteres zat naast haar dode minnaar die uiteindelijk vrede had gevonden en besloot om verder te gaan met het verhaal waarna de volgende act begon).

Soholiah vertelde voort en voort totdat hij werd gestoord

Mannen in witte pakken namen hem te grazen en bonden hem vast op een tafel, doch hij wist weer te ontsnappen. “Goed zo”, schreeuwde Nadine (Ariel), die als bij toverslag tevoorschijn kwam. “Je bent gered, kom snel”, en ze liepen samen het bos in. Ik kon mijn ogen niet geloven, Nadine (de meesteres der schone namen) was een mooie lange slanke vrouw geworden met blonde krullen en blauwe ogen. “Uiteindelijk, Soholiah, uiteindelijk zijn we weer tezamen. Nu kunnen we alles doen wat we maar willen, we kunnen al onze levens, heel ons verleden herschrijven zodat we elkaar kunnen vergeven en in liefde verder leven”. Maar Soholiah begreep er niets van en brabbelde in volledige spraakverwarring een heleboel onbegrijpelijke woorden. “Je bent dood, Soho. Je bent niets en niets kan je deren. Niets kan alles worden. Word één met mij Soho, word één met mij. Ik hou van je” Terwijl ze dat zei, stak Soho met zijn vuur de wereld in brand, maar Nadine transformeerde zich in de regen en doofde hem. Waarna zij beiden in warme vochtige lucht veranderden en naar het licht vlogen.

Dit alles was als een déjà vu. Ik had dit alles al meegemaakt. Zij houden mij voor de gek hier. Ik moet ontsnappen uit dit boek. Ik moest ontsnapten uit dit Gekkenhuis, dit theater, deze rode vuurtoren, deze kathedraal vol van verlangens die ingevuld worden. Dit schip vol gekken die hun dromen en nachtmerries waar maken dankzij het ter toneel brengen van een drama waarin goed en slecht elkander vinden, elkander vergeven en uiteindelijk samen in liefde en vreugde verder leven.

De opvoering van het theaterstuk gaat gestaag verder doch ik heb bang dat ik morgen weer waker zal worden en dat dit alles een droom zal blijken te zijn. Slechts vage herinneringen, vreemde namen en woorden zullen mij bij blijven. Ik zal niet meer weten wie of wat ik ben. Maar ik heb een idee, ik zal schrijven en tekens achter laten, verhalen over mezelf en over het gene wat ik heb gedaan en nog zal doen. Want ook de toekomst vergat ik steeds weer. Toch was ik op de één of andere manier heel zeker dat ik er al geweest was. Ik schreef op wat ik beleefd had en ging slapen. Ik werd wakker. Het was donker en ik wist niet waar ik was. Ik voelde me verloren en zocht wanhopig naar een licht. Ik vond de schakelaar en kwam erachter dat ik thuis was. Het was allemaal maar een droom geweest, maar toch leek deze droom zo reëel dat ik me afvroeg of ik misschien nu aan het dromen was. Ik keek om me heen en zag tekeningen die ik gemaakt had, stapels met geschreven teksten, kasten vol boeken en edelstenen. Een oosters wandkleed in zijde met een draak erop, posters met elfjes, ridders en prinsessen. Een houten vloer met kussens om op te zitten en een enorm matras om op te slapen. Ik gooide me terug neer op het matras en wist dat ik weer thuis was. De beelden uit de droom bleven mijn gedachten bezighouden. Ik keek naar het stapeltje tarotkaarten en zag tot mijn verbazing dat er een kaart met mij erop bij zat, een kaart die ik nog nooit gezien had. Het was de dwaas, gekleed in groen en goud, met een draak aan zijn zijde in dezelfde kleuren. Om hen heen vlinders en planten, het was een prachtige kaart en zo goed getekend, dat zij wel tot leven leek te komen. Het raarste van allemaal was, dat ik het was. Hoe was deze kaart hier terecht gekomen? Waren mijn dromen dan toch reëel? Een dwaas die magiër wilde worden had ze tegen me gezegd. En ergens had ze wel gelijk. Ik dacht aan de dwaas en ik dacht aan mezelf en begon al zingend de dag.

De zon kwam net op en ik hoorde de vogeltjes buiten fluiten. Ik keek door het raam en genoot van het zicht op de tuin, er stonden prachtige planten, vooral rozen in rozerode tinten en enkele in het wit. Er vlogen vlinders in alle kleuren door de lucht en de vogeltjes waren de kruimels van het brood, dat ik hen gegeven had, aan het opeten. Zij hadden geen bang van mij, enkelen kwamen zelf naar binnen en begonnen vrolijk te zingen. Ik keek en luisterde vol verbazing en ging op de zetel zitten. Drie vogeltjes gingen op de schouw zitten die tegenover mij stond en zongen uit volle borst. Ik genoot van hun gezang, terwijl ik nadacht, en ik had spijt. Nadine had gelijk gehad, ik was een egoïstische navelstaarder, een dwaas. Ik had mezelf en mijn drang naar genot niet in de hand en zo was ik hier terecht gekomen. Toch wou ik niet negatief denken over seks en drugs over alles wat gebeurt was. Maar als ik eerlijk met mezelf was, wist ik dat het mijn overmatige drang naar seks en drank was geweest, die mijn relatie met Nadine kapot had gemaakt en het was deze drang die mij nog steeds in de problemen bracht, dus besloot ik daar eens wat dieper op in te gaan.

Wat was de reden van deze drang? Was het de nood aan liefde en genegenheid, de prachtige herinneringen, die ik als liefde had ervaren. Of was ik maar een beest dat achter zijn lul aanliep? Een beetje van beiden denk ik. Soms was ik een engel en soms een demon. Ik ging van het ene extreme naar het andere en zocht in alles de liefde en de kennis. Ik wou alles begrijpen, de reden van het leven en mijn ongelukkig zijn. Het is daarom dat ik mij verloor in eeuwenoude wijsheden en diep in mijzelf ging, in mijn onderbewuste, in mijn dromen. Zo was ik hier gekomen. Ik geloofde in die dromen en soms werd ik omringt door engelen en zong ik van liefde, maar dan dacht ik weer teveel en geloofde niet meer in deze engelen en ging vol lust opzoek naar de mooie naakte engelen van vlees en bloed, de mooie aardse vrouwen maar net als mij waren zij evengoed demonen. Net als in mijn dromen. Ik dacht aan alle seksuele dromen die ik gehad had en aan Nadine daarna ging ik op zoek naar een kaft met papieren waar ik mijn dromen op had geschreven. Ik keek tussen de dromen, de Liefdesbrieven en filosofische teksten die ik geschreven had en dacht ”Nadine nee! Dan toch liever wat teksten over de Tarot kaarten en Engelen krachten al vroeg ik me af of ook dit misschien een vluchtweg was. Maar ik was deze weg nou eenmaal begonnen en wist al zoveel over deze symbolen. Ik dacht aan de hogepriesteres van deze nachten en verlangde haar met heel mijn wezen zelf al waren er verschrikkelijke dingen gebeurd. Ik vergaf haar en als bij toverslag verscheen zij weer en zei, ik zal u een beetje helpen want dwazen worden altijd door de goden geholpen. Doch ik geloofde niet echt dat zij een godin was. Ik geloofde nergens echt in maar ging toch steeds verder met mijn dwaze zoektocht naar de liefde. Terwijl ik dit dacht kuste ze me en zei, je kunt me vertrouwen en lachte verleidelijk. Kom dan zal ik u een verhaaltje vertellen. Het heet een dwaas die magiër wilde worden zei ze. Ik volgde haar naar de slaapkamer, maar dacht aan meer dan alleen maar een verhaaltje. We legden ons op het bed en zij begon haar verhaal

Share
 
SEO by Artio