De Witte Dame Afdrukken E-mail
Geschreven door Fengo   
woensdag, 23 oktober 2013 12:49

Wat is de Leegte?

Wat is dat gevoel van altijd naar iets op zoek te zijn, en zo ja naar wat dan? Naar de liefde, naar het geluk, naar avonturen vol vrijheid en genot. Soms was ik zot en later vroeg ik me af wat me in hemelsnaam bezield had. Schimmen van feesten en vrouwen, orgies van genot, drugs en seks, maar ook discussies en gelach, reizen met de trein, ontmoetingen met allerlei vreemde figuren. Ik bezocht steden en cafés, deed mijn ogen tegoed aan mooie vrouwen en glimlachte steeds weer. Ik voelde me gelukkig, voldaan van de overvloed en alles wat er te zien viel. Het leefde dus ik liet mij leven. De stad was als een pretpark, een wereld op zich, waarin allerlei ontmoetingen en activiteiten mogelijk waren. 

Ik liet me gaan en genoot in het licht van de volle maan, maar nu lijkt het duister. De eenzaamheid van weleer begint mij weer te besluipen. Zelfmedelijden en spijt maakten mij tot een halve dode, een zombie van het genot. De vreugde die ik had genoten, die zelfs de simpelste acties zoals de afwas doen, of eten maken, mij had geschonken, mij had doen zingen van dankbaarheid, herinnerde me aan het licht en aan de liefde. Ik was niet alleen een tovenaar van het zwarte, van de trieste afgrond waaruit ik mij naar boven toverde door middel van artificiële hulpmiddelen.

Neen, ik was Soholiah heer van de liefde, lach van de zon, oog van licht. Mijn krachten waren fel afgenomen en ik bevond me op de planeet aarde. Ik was nog maar een schim van wat ik ooit geweest was, maar diep vanbinnen waren al mijn krachten nog intact. 

Ik woon alleen in een huisje in een dorpje gelegen in de heuvels in het achterland. Mijn grote liefde, waarmee ik 8 jaar samen ben geweest, heeft me verlaten, is vertrokken met een andere man, een vriend van me. 

Aha, het is daarom misschien dat de liefde, de glimlach voor alles en iedereen, soms wegvluchtte en de wereld wederom een plek vol nachtmerries en monsters werd. Neen, ik zou mij niet laten doen, neen ik zou mij niet laten veranderen, neen ik wilde niet verbitterd en oud worden en dus stond ik op uit het graf dat ik voor mezelf gegraven had en ging verder. Steeds verder strompelend en bevend van angst of bezeten door de duivel in wilde roezen.

Weldra bood het leven weer nieuwe kansen die ik greep als een wilde wolf. Het dier in mij ontwaakte toen een kleine vrouw met zwart haar en ronde glimmende oogjes, mij vol gastvrijheid ontving en me alles gaf wat ik wilde, waarna zij zichzelf aanbood en mijn bloed verwarmde met haar erotische zinnen. En ik was weer vertrokken en dankbaar als nooit voorheen, dankbaar voor wie, voor wat ? Aan wie, aan wat, aan god of aan de duivel ? Of bestonden die niet ? Aan mezelf, aan de wellustige gek in mij, of aan de dromerige dwaas, het lachende kind of de wilde haas. 

De tijd schreed voorbij en de haas rende en rende van de ene plek naar de andere, op zoek naar iets, maar hij wist niet wat, want zijn naam was haas. Hij vluchtte met pijn in zijn hart en dacht aan de konijnenstreken die hij uitgehaald had. De zomer was fijn geweest. Tijd om te gaan schuilen in zijn hol, en dat deed ik en daar dacht ik, veel te veel natuurlijk. En toen herinnerde ik het mij, het was allemaal maar een leugen en deze plek een triest gevang en toch moesten we gelukkig zijn en er een gevang vol van liefde van maken, of ervoor zorgen dat we niet gevangen raakten. Ik was vastbesloten mij hieruit te bevrijden en mijn vrijheid en vertrouwen, begrip van de kosmische wetten te herwinnen, mijn vrijheid, mijn recht als mens, als god, tovenaar van lijden en genot.

O waarom lieten zij ons begaan? Moesten we het echt allemaal zelf leren? Het zag er naar uit. Of hielden zij ons voor de gek misschien? Of ben ik gek?

Zeer zeker! Maar weldra zal ik het mij herinneren, dan zal ik weer schrijven en dan zal iedereen het begrijpen. Ga in vrede iedereen, ga heen en houd van elkander. 

Lachen maakt vrij, dus lach ik, of huil zonder geluid te maken. Door de stilte omarmd, door een witte dame, een onzichtbare schim getroost.

 

De Witte Dame

Toen droomde ik dat zij de poort open deed naar haar landgoed. Zij liet mij binnen. Ik had de indruk dat ik ergens op een plek was in een andere tijd, aan het wachten.

Wat was ik blij toen ik uiteindelijk weer thuiskwam en onder de warme dekens van mijn bed haar dromen kuste.

Heel even kwam de spijt tot mij ‘s morgens vroeg. Ik herinnerde me ook de spinnen van angst en de grootpraterij, de interessantmakerij. Hetware als watervallen van avontuur en genot. Ik werd langzamerhand zot.

Hoe laat was het? Waar was ik? Wat was ik aan het doen?

In welk sterrenteken bevonden we ons?

De realiteit kwam langzaam tot mij. ik bevond mij helemaal alleen in een oud stenen huis

wat wel een beetje op een ondergrondse kelder leek.

De gordijnen waren gesloten en ik durfde ze zelf niet open te doen. Ik had bang, bang voor de mensen uit het dorp, die klootzakken! Ze hadden mij geslagen, er waren ruzies geweest en misverstanden.

Ik voelde me niet goed en had overal pijn, de gedachten over alles wat gebeurd was maakte me gek. Het werd me zwart voor de ogen. Maar toen was zij er, de witte dame uit mijn dromen. Ze kwam in één keerzomaar uit het niets tevoorschijn en zij zei:

Het verleden is voorbij, kom bij mij, kom in mijn armen zodat ik je kan verwarmen.

Ik zei, Neen, je bent een heks, een duivelin.

Hoe vaak nog zal ik denken aan het verleden?

Hoe vaak nog zal ik huilen en me leeg en alleen voelen?

Hoe vaak zullen de zoete herinneringen aan vreugde en geluk, het samen zijn met jouw en de andere mooie vrouwen die mij genot hebben geschonken, mij nog kwellen?

En waarom,waarom stel ik mij in godsnaam zo aan?

Help me want ik glijd weg in de zwarte kant van de kracht.

Ze nam me in haar armen en kuste de warme tranen op mijn wangen en masseerde me met haar mooie handen totdat ik in slaap viel.

 

De volgende ochtend werd ik wakker en voelde me best goed, zelfs al was de witte dame verdwenen. Ik deed de gordijnen open, en liet het licht binnen. Ik hoorde de vogeltjes fluiten en mijn geest werd weer rustig en kalm. Ik kwam er achter dat het allemaal wel meeviel en dat ik nog vele wapens had zoals sympathie en een glimlach als de zon.

Ik was ook een echte diplomaat en kwam overeen met bijna iedereen. Ik vond dus altijd weer werk en vrienden. Mijn gedachten realiseerden zich zoals klei in mijn handen

Ik boetseerde mijn leven. Ik creëerde mijn dromen en kreeg alles wat ik wenste.

Het paradijs leek zo dicht bij. Maar zoals steeds at ik van de verboden vruchten en verzadigde mezelf. Waarna ik me met een lege maag, in mijn eigen funeste creatie weer terug vond waar ik was vertrokken.

Gelukkig was er de witte dame die mij steeds vaker kwam bezoeken.

Beetje bij beetje kwam de liefde, de positiviteit terug en ik begon mezelf weer op te bouwen.

Te begrijpen, mijn herinneringen begonnen duidelijker en duidelijker te worden, en ik kreeg weer

die prachtige connectie met het goede, met God. Als hij/zij alles tegen mij sprak sprongen de tranen me in de ogen.

Dank je.

 

 

Zij is de liefde, Zij is de natuur.

Zij was de witte dame en zij beschermde mij. Ze kwam tot mij in allerlei vormen en ik kwam tot haar. Ik omarmde haar en de levensliefde kwam tot mij. Zij was zo zoet en helder als kristal. Zij vulde mij met vreugde en gaf me een aarde om in te rusten, om dan weer te groeien en bloeien.

Toen kwamen de regen en de wind, de wilde waterige bliksem storm.

De wielen van het leven draaiden op volle toeren en weldra werd het verschil tussen realiteit en dromen zeer fijn. Kristallijn zoals de witte dame.

O wat waszij mooi, het was de ster in mij. Als ik bij haar was voelde ik me vrij. Zij was de liefde, zij was het leven en als ik wederom teveel van haar vruchten at, werd ik zelfs niet meer triest of gek, egoïstisch of gestrest, maar leerde, leerde van het leven. Het leven was het leven en ik wilde in vreugde leven. Ik wilde altijd stralen als de zon. Ik wilde altijd omarmd worden door de witte dame.

Dank zij haar kwamen mijn krachten langzamerhand terug. Ik herinnerde me zelfs weer wat er gebeurd was de laatste 26 jaar, maar dat was maar een begin van dit leven.

De rest van mijn herinneringen waren van andere levens of andere dimensies, zei ze. Ik begreep er eigenlijk allemaal nog niets van.

Denk niet teveel na Soho, zei zij, nadenken doet pijn.

Kom in mijn armen dan zal ik je laten zien waarom alle kennis

en alle woorden als barrières van je geest geworden zijn.

kom in mijn armen dan zal ik je alles vertellen wat je maar wilt weten.

Kom dan zal ik je liefde schenken en stop alstublieft teveel te denken.

En terwijl ik me dicht tegen haar aan drukte totdat ik haar zachte borsten voelde,

begon zij haar verhaal.

 

Share
 
SEO by Artio